Politiek in studieadvies: een noodzakelijk kwaad of toch ook leuk?
Het beroep van studieadviseur is een mensen-beroep bij uitstek. We praten immers de hele dag met mensen, studenten, en willen graag met hen meedenken, hun problemen oplossen. Hoe groter de problemen, des te bevredigende is ons werk. Toch?
Nou, dit is misschien wel een beetje gechargeerd, maar in grote lijnen klopt het denk ik wel. Het is juist die menselijke maat wat voor de meesten van ons de reden is geweest om studieadviseur te worden, en waar we op aan gaan. Ook ik geniet van elk gesprek dat ik met een student heb. Of het nou gaat om het oplossen van een simpel, technisch probleem met een inschrijving, of een groter levensprobleem: het maakt me blij als ik merk dat ik op de een of andere manier kan bijdragen aan de ontwikkeling van die student.
Ik wordt daar zoveel blijer van dan van het afleveren of lezen van een rapport over studentenwelzijn in het algemeen, over de internationalisering of andere studentenzaken. Ik denk vaak: mooi, dat beleid, maar hoe vertaal je dat naar je dagelijks praktijk als studieadviseur? Een mooi voorbeeld is suïcide preventie; instellingen zijn tegenwoordig verplicht daar iets aan te doen. Maar op welke manier heeft de individuele student met zelfmoord gedachten daar iets aan? Worden die gedachten minder? Het gaat volgens mij nog steeds om dat persoonlijke contact, niet om beleid.
En toch hebben we beleid ook nodig. Want dat is beleid en zonder beleid wordt ons werk een wildgroei en voordat je het weet verzuip je erin. We hebben een richting nodig, niet alleen binnen onze eigen instellingen, maar ook binnen ons werk als studieadviseur in het algemeen. Die richting kan ons door de politiek gegeven worden. Neem nou het BSA. Dat is een politiek besluit an sich. De uitvoering daarvan ligt bij de instellingen, waar wij als studieadviseur wel of niet bij betrokken kunnen zijn. Maar uiteindelijk zit de individuele student bij ons aan tafel, vaak in tranen als het mis driegt te gaan of al is gegaan (want bij een positief BSA zie je de studenten vaak niet). Dat is dan de start van ons concrete werk, de start van een gesprek met de student: wat is er gebeurd, zijn er omstandigheden, wat zijn de consequenties en wat kunnen we doen? Dat wat we kunnen doen, heeft weer met beleid te maken.
Maar het is ook fijn om wel enige invloed te kunnen hebben op dat beleid. Dat is nou precies de reden waarom de LVSA regelmatig haar voelsprieten uitsteekt naar externe partijen. Eén van die partijen is UNL: Universiteiten van Nederland (voorheen VSNU: Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten). UNL maakt zelf geen beleid. Zij zijn wel belangenbehartiger van de universiteiten en voeren lobby bij de politiek, bij departementen en in Brussel. Ze praten zowel de ambtenaren bij het ministerie als met de onderwijsinstellingen. Ze vertalen het beleid naar ons, en nemen in de andere richting ook weer info vanuit onze dagelijkse praktijk mee als input voor beleid.
De politiek heef me nooit zo geboeid. Voor mij was het te groot, te abstract, te vaag, niet individueel genoeg. Toch vind ik het heel boeiend om te zien hoe de politiek met iets heel persoonlijks en individueels als studentenwelzijn bezig is, op welke manier beleid tot stand komt, hoe de politieke wegen lopen en hoeveel verschil een nieuw kabinet kan maken. En op welke manier dat ons werk toch best direct beïnvloedt.
Het grappige is dat als onze contactpersoon bij UNL vertelt over de ontwikkelingen, dat het dan heel logisch en concreet is. De informatiedichtheid in die korte gesprekken die we met haar hebben is hoog, vaak is er veel te vertellen (mede dankzij onze politici die het leven niet saai maken) en ze praat snel. Maar als ik die gesprekken niet snel uitwerk, ben ik het kwijt. Ik denk ook vaak: had ik maar beter opgelet tijdens de geschiedenisles op de middelbare school, het stuk dat over de Nederlandse politiek ging, zodat ik beter zou weten hoe de procedures zijn.
Boeiend dus om te ervaren hoeveel invloed wij er eigenlijk zelf op hebben. Want UNL luistert echt wel naar ons. Dat blijkt maar weer door het feit dat ze aanwezig willen zijn op onze studiedag, niet zozeer om ons te informeren, maar ook om input op te halen die bruikbaar is in het omzetten van abstracte raadsstukken in concreet beleid. Misschien een tip voor de studiedag op 28 mei: inschrijven voor het worldcafé?
Trudeke
Reacties
Meepraten? Plaats een reactie!